‘Blanke sabel’ gaf even lucht: Ook in de jaren 60 ging het er heftig aan toe met vreugdevuren in Den Haag

EEUWIG DEN HAAGOp oudejaarsavonden in de jaren 60 ging het er heftig aan toe met vreugdevuren. De politie voerde charges uit met de ‘blanke sabel’. Vooral in de Schilderswijk was het raak. Maar Den Haag ging ook wel eens gemoedelijk ‘over de drempel’.

 

‘Hagenaars maken geen beste beurt tegenover brandweer en politie’’, kopt de Haagsche Courant op 2 januari 1960. Het nieuwe decennium was zeer onrustig begonnen. ,,Vooral in de oude Schildersbuurt is het bar en boos toegegaan.’’ Ernstige ongeregeldheden waren er vooral op de Van Ostadestraat en op de Hoefkade. Straatnamen die in de jaren 60 vaak terugkeren als het gaat om confrontaties tussen burgers en politie.

Het begint altijd met een fikkie van gerausde kerstbomen. Het vuur wordt hoger, er springen ruiten en de vlam slaat in de pan. In latere jaren maken de bomen plaats voor schuttingen, deuren, banden en andere materialen. Het gaat er hard aan toe.

Agenten raken gewond door glassplinters afkomstig van flessen die uit ramen en van daken worden gegooid. De krant spreekt van ‘terreur van de straat, waaraan door krachtdadig optreden een einde is gemaakt’. Volgens politiecommissaris Gualthérie van Weezel (bijnaam: HAK) zijn de rellen een complot, een soort ‘krijgsplan’. De projectielen lagen immers al klaar. Op de NCRV-radio spreekt hij enthousiast over het waterkanon, dat een ‘humaan wapen’ zou zijn.

Artikel gaat verder onder foto.

Vreugdevuur op straat in 1968.

Vreugdevuur op straat in 1968. © Haags Gemeentearchief

Voor de jaarwisseling naar 1961 waarschuwen de autoriteiten dat de politie met deze ‘blanke sabel’ zal ingrijpen bij ordeverstoringen. Die oproep tot kalmte lijkt te werken. Afgezien van wat charges op onder meer de Paulus Potterstraat blijft het relatief rustig. ,,De burgerij heeft het gezocht in de veilige beschutting van de huiskamer of lokaliteiten. De wanklanken van de oudejaarsnacht 59-60 zijn van de plaat gewist’’, aldus de HC. In die krant staat een foto van agenten die nota bene de tijd hebben om in de nacht rustig hun favoriete dagblad te lezen!

Toch gaat het kort daarna, op 2 januari, gruwelijk mis bij een officiële kerstboomverbranding in de Bloemenbuurt. Een 16-jarige jongen komt om, door steken van een politiesabel in zijn rug (zie kader).

Een paar jongeren kregen te horen: ‘Gaan jullie nou weg, dan kunnen die agenten ook naar huis

Verslaggever

Op 31 december 1961 verloopt de jaarwisseling eveneens rustig. Het regent nogal en er zijn ruim 600 politieagenten op de been in de Schilderswijk en Scheveningen. In de omgeving van de Paulus Potterstraat worden charges uitgevoerd en op de Hoefkade wordt de sabel getrokken om de straat schoon te vegen. Maar voor de rest blijft het kalm. ,,Een paar jongeren kregen te horen: ‘Gaan jullie nou weg, dan kunnen die agenten ook naar huis’ ’’, tekent een verslaggever op uit de mond van buurtbewoners.

Extreem koud

De overgang van 1962 naar 1963 is extreem koud. Mensen blijven liever binnen en er is dus weinig werk voor de politie op straat. Na drie rustige vieringen dacht menigeen dat hier een nieuwe traditie van een waardige viering was geboren. Maar nee hoor: eind 1963 is het weer rumoerig op de Goeverneurlaan en Van Ostadestraat. Het publiek roept ‘hoera’ als agenten met flessen en straatstenen worden bekogeld.

In de jaren daarna neemt het geweld weer iets af. De politie heeft een nieuw wapen: een lange stok van twee meter, de zwieper. Op 2 januari lijkt Den Haag zelfs met een traditie van onlusten te hebben gebroken. ,,Geen treffen politie en burgerij, maar gemoedelijk samenzijn’’, meldt de Haagsche Courant. Het waterkanon blijft op stal. Op de Hoefkade wordt de politie getrakteerd op koffie, oliebollen en bitterballen. heel wat anders dan stenen!

Het roerig publiek maakt van het optreden een volksfeest

Commentaar in krant

De vreugde is van korte duur. Op 31 december 1968 is er een ‘explosie van agressiviteit, vernieling en geweld’. De politie moet alles inzetten: er is geen wagen meer in de reserve. Een loods achter station Staatsspoor staat in lichterlaaie en vanaf daken in de buurt regent het weer flessen. Het waterkanon wordt niet meer gebruikt omdat het relschoppers niet afschrikt. Integendeel ,,Het roerig publiek maakt van het optreden een volksfeest’’, aldus een commentaar in de krant.

Ondanks de slechte voorbode van de vorige jaarwisseling wordt het decennium toch relatief rustig afgesloten. Het was dan ook erg koud buiten: min tien graden. De politie surveilleerde met overvalwagens, jeeps en terreinwagens. Er was veel vuur in de stad. ,,Het was alsof heel Den Haag in brand stond. Een rosse gloed, rook van brandend hout, stank van schroeiend rubber’’, omschrijft de HC de situatie. Het bluswater blijft in ijspegels aan dakgoten hangen. De jaren zeventig zijn begonnen.

16-jarige overleeft chaos niet

Bij de officiële kerstboomverbranding in de Bloemenwijk komt het op 2 januari 1961 tot een hard treffen tussen ‘enkele honderden nozems die een terreur uitoefenden in de Rozenstraat’ (aldus Algemeen Handelsblad) en de politie. De jongeren richten vernielingen aan en verstoren het aansteken van kerstbomen op de Geraniumstraat. Ze gooien vanaf hun brommers met fakkels naar de optocht en werpen brandende bomen over het publiek. Politieagenten achtervolgen de raddraaiers door de buurt. Op de Segbroeklaan wordt de 16-jarige Wim Scholte tweemaal met een sabel in zijn rug gestoken. Hij sterft aan een slagaderlijke bloeding. In het politiekorps heerst grote verslagenheid: de nieuwjaarsviering was juist rustig verlopen.

In kranten vertellen vriendjes dat het slachtoffer alleen toeschouwer was. Volgens zijn school was Wim een rustige jongen, zeker geen oproerkraaier of ‘bromnozem’.

Politie en justitie noemen het optreden ‘geheel gerechtvaardigd’. ,,Hij werd getroffen door een sabel op het moment dat de agent doende was om herhaling van de wanordelijkheden te voorkomen’’, aldus een verklaring.