Politie zag ernst situatie niet in na arrestatie Mitch

De Haagse politie heeft niet in de gaten gehad hoe ernstig het incident rond de arrestatie van Mitch Henriquez op 27 juni 2015 was. Ze was daarom niet voorbereid op een grootschalig optreden toen de rellen uitbraken. Dat staat in een studie die in opdracht van de politie is uitgevoerd.

Er is in het begin van alles misgegaan in de manier waarop de politie de crisis te lijf ging die na de arrestatie van Mitch Henriquez ontstond. Om te beginnen: de politie had niet eens in de gaten dat er een crisis zou kunnen ontstaan. Zelfs, zo valt in het rapport te lezen ‘als de politie het filmpje van de aanhouding had uitgekeken’. Agenten zagen vanuit hun perspectief een potentieel gevaarlijke man die op een voor hen normale wijze onder controle werd gebracht. De noodlottige afloop was een ‘dramatisch bedrijfsongeval. Niet zo bedoeld, maar kan gebeuren’.

De studie is gemaakt in opdracht van de Haagse politie om lessen te trekken uit de ‘institutionele crisis’ die ontstond na de aanhouding. Een crisis waarop de politie van de ene op de andere dag, zo leek het, in een slecht daglicht kwam te staan.

Omdat de politie de impact niet vermoedde, laat staan dat ze dacht dat dit tot rellen in de Schilderswijk kon leiden, reageerde de politie – zo staat in het rapport – volgens ‘de vaste reflex’ toen ze geconfronteerd werd met de beelden van de arrestatie en daar vragen over kregen. De politiewoordvoerders benadrukten dat de Arubaan had gedreigd met een wapen. Volgens het vaste stramien stelden ze vast dat een filmpje niet alles zegt, dat het normaal was dat meerdere agenten een arrestant in bedwang houden en dat de nekklem vaker wordt gebruikt.

‘Betrokkenen niet scherp’

De onderzoekers schrijven dat ‘betrokkenen niet scherp’ hadden dat de Schilderswijk in de publieke opinie het symbool was geworden voor politiegeweld. En dat niet het waarom, maar de manier waarop Mitch was aangehouden ter discussie stond. Met grote gevolgen. ‘De politie was daardoor niet voorbereid op een grootschalig optreden in de wijk, waardoor de rellen gemakkelijk uit de hand konden lopen’.

Volgens de onderzoekers had de politie gemist dat incidenten van de jaren ervoor vruchtbare voedingsbodem waren geweest voor die publieke opinie. De vele ID-controles, de 17-jarige Rishi die door een agent bij Hollands Spoor was doodgeschoten en Schilderswijker Moes Sealitie, die stelde door een agent in elkaar te zijn geslagen, zijn een paar voorbeelden.

Geen speelruimte meer

Na de eerste reldag deed de politie, volgens berichtgeving in het rapport, wat ze kon. Maar toen was er al bijna geen speelruimte meer. Zo kon, vanwege het strafrechtelijk onderzoek, politiechef Paul van Musscher niet meer doen dan zijn medeleven betuigen aan de nabestaanden. Tegelijkertijd moest hij, volgens politiegebruik, ook voor zijn mensen blijven staan en hen steunen.

‘Het voedde de beeldvorming. De politie leek het leed van de nabestaanden gelijk te stellen met het ongerief van de betrokken collega’s’.

Het was overigens deze Paul van Musscher, die na een kleine week een einde aan de crisis wist te maken. Zijn tranen in een raadsvergadering snoerde op dat moment de grootste criticasters de mond.