OM: ‘Gevonden geld in Den Bosch werd witgewassen’

DEN BOSCH – Na een anonieme melding over een hennepkwekerij viel de politie in september 2017 binnen in een woning aan de Sluisweg in Den Bosch. In de potkachel en in een koelcel vonden agenten bijna 190.000 euro. Een loepzuiver staaltje witwassen, vindt justitie. Een 51-jarige Bosschenaar en een 63-jarige in Spanje wonende Veenendaler moeten er de cel voor in, aldus het het Openbaar Ministerie.

De twee mannen stonden maandagmiddag terecht in de Bossche rechtbank. Tegenover de politie vertelden ze dat de zakenman uit Veenendaal de Bosschenaar had gevraagd of hij het geld -bestaande uit biljetten van 500 euro – wilde wisselen tegen kleinere coupures. In de rechtbank herhaalde Bosschenaar Patrick B. dat hij wel wat mensen kent die juist graag biljetten van 500 euro in handen hebben. Wie dat dan waren, wilde hij weer niet vertellen: ,,Ik wil anderen niet in problemen brengen”.

‘Briefjes van 500? Crimineel’

Op een feestje in Den Bosch had hij met zakenman Kees D., met wie hij al dertig jaar lang bevriend is, afgesproken dat hij het geld zou gaan wisselen. D. vond dat prima: ,,Tegenwoordig word je met een briefje van 500 euro al gezien als een terrorist of een crimineel”.

D. zette voor de rechtbank uiteen dat hij als zakenman wel vaker grote transacties doet. ,,Negentigduizend euro is voor u een hele bak geld, maar voor mij niet. Ik lig er niet wakker van.” De vastgoedondernemer wilde het geld niet via de bank wisselen, omdat hij die niet zei te vertrouwen. Officier van justitie Hugo Storij noemde dat ongeloofwaardig: ,,Meneer heeft acht bankrekeningen in Spanje en drie in Nederland. Dan kun je niet zeggen dat je geen vertrouwen hebt in banken.” Storij eiste negen maanden cel tegen Veenendaler D. en twaalf maanden tegen Bosschenaar P.

Die verdient volgens justitie een zwaardere straf omdat er in de woning aan de Sluisweg ook nog hennep, mdma en ghb  werden gevonden. De Bosschenaar kwam eerder in aanraking met justitie, maar werd nimmer veroordeeld voor drugszaken. Dat hij toen de politie binnenviel nog snel een tas met geld in de potkachel stopte, noemde hij ‘niet zo handig’. Het was een paniekreactie, verklaarde hij.

‘Onvolledig onderzoek’

,,De twee mannen wisten donders goed dat ze bezig waren met het witwassen van grote hoeveelheden crimineel geld”, betoogde Storij. ,,Hun verklaringen kloppen voor geen meter, ze doen absurdistisch aan.” Advocaat Robert van ’t Land, die beide verdachten bijstaat, vond dat het Openbaar Ministerie zich er veel te makkelijk van af heeft gemaakt. ,,Het is een van dik-hout-zaagt-men-planken-redenering, het onderzoek is verre van volledig.” Van ’t Land betoogde dat D. als zakenman regelmatig grote sommen geld stortte op bankrekeningen en er even zo makkelijk ook weer grote bedragen van af haalde.

Ik heb honderddui­zen­den euro’s verdiend, ik heb er keihard voor gewerkt. Het gaat niemand aan wat ik er mee doe

Verdachte zakenman Kees D.

,,Ik heb honderdduizenden euro’s verdiend, ik heb er keihard voor gewerkt. Het gaat niemand wat aan wat ik er mee doe”, zei D. er zelf over. ,,Het is belachelijk dat ik nu van witwassen beschuldigd word.” De Veenendaaler beklaagde zich over de vele ‘irritante, stomme vragen’ die de politie hem had gesteld. ,,Ik heb alles verteld wat relevant is. De rest gaat hen helemaal niks aan.” Officier van justitie Storij vond het logisch dat de man onder een vergrootglas kwam te liggen: ,,Alles wijst er op dat het niet pluis is, dus het is niet zo vreemd om dat te onderzoeken”.

De rechtbank in Den Bosch doet op 9 maart uitspraak.