Waarom veel ex-daklozen toch weer op straat belanden

Een dakloze slaapt in de zon op een bankje aan de Amsterdamse Prinsengracht. Beeld Hollandse Hoogte / Herman Wouters

Dat er steeds meer daklozen zijn, komt ook doordat mensen vaak meerdere keren op straat belanden.

Huurachterstanden, scheidingen en problemen met het sociale netwerk, bijvoorbeeld door foute vrienden, zijn de belangrijkste directe oorzaken waardoor voormalige daklozen opnieuw op straat belanden. Dat blijkt uit de eerste resultaten van een studie van de Universiteit Utrecht die morgen wordt gepresenteerd.

De onderzoekers volgden vijf jaar lang een groep van tientallen Utrechtse daklozen, om meer te leren over de terugval naar een leven op straat. Vorige maand bleek dat het aantal dakloze mensen in Nederland afgelopen tien jaar is verdubbeld naar bijna 40.000. Die toename heeft deels te maken met de hoge terugval onder ex-daklozen. In de Utrechtse nachtopvang is de helft van de mensen al een eerdere periode dakloos geweest.

“En van andere grote steden weet ik dat het soms zelfs oploopt tot 70 procent”, zegt hoofdonderzoeker Nienke Boesveldt. Met behulp van ervaringsdeskundigen die zelf ook op straat hebben geleefd, interviewde Boesveldt 69 mensen die in de Utrechtse nachtopvang slapen, die na een periode van dakloosheid in een instelling wonen of net weer een huis hebben. Bijna de helft raakte meerdere keren dakloos. Sommigen binnen een paar maanden al, anderen pas nadat ze schijnbaar hun leven op orde hadden en al meer dan drie jaar weer in een huis woonden.

Jarenlang is een waakvlammetje van een hulpverlener nodig

“Juist dat laat zien dat er een lange adem nodig is bij het begeleiden van ex-dakloze mensen”, zegt Boesveldt. “De begeleiding moet nog jarenlang doorgaan en zelfs daarna is een waakvlammetje nodig van een hulpverlener die eens in de zoveel tijd een kopje koffie komt drinken. Daaraan ontbreekt het nu vaak.”

Maarten van Ooijen, de Utrechtse welzijnswethouder, heeft de onderzoeksresultaten gelezen. “Terugval staat inderdaad nog veel te laag op de agenda”, erkent hij. Als een van de weinige bestuurders vraagt hij aandacht voor het probleem. Van Ooijen: “Maar het probleem zien en analyseren, is nog iets anders dan een oplossing vinden. De oplossing is echt de million-dollar-question.”

De problemen van de herhaaldelijke daklozen zijn veelkoppig. Het onderzoek staat vol aangrijpende citaten van de geïnterviewden. Over het ontbreken van contact met ouders, kinderen en oude vrienden. Over dealers of criminele contacten die weer opduiken als iemand net een huis heeft. En over schulden en de moeilijkheden op de arbeidsmarkt met een geschiedenis van verslaving, strafblad, PTSS en gaten van twaalf jaar in het cv.

Begeleiding voorkomt het krijgen van schulden

Er zijn te weinig betaalbare huizen, waardoor ze in de opvangplekken blijven wonen en van daaruit weer op straat belanden. En als ze eenmaal een huis vinden, verdwijnt in veel gevallen de begeleiding die toch nodig is. Om schulden te voorkomen, en ook bijvoorbeeld bij het opbouwen van een netwerk. Door gebrek aan goede begeleiding zwichtte een deel van de geïnterviewden voor foute kennissen en raakte weer verslaafd of kwam opnieuw in het criminele circuit terecht. Met als gevolg een huisuitzetting.

Boesveldt geeft toe dat de oplossing ingewikkeld is. “Maar als ik nu een zak geld zou krijgen, zou ik dat vooral investeren in de opleiding van bijvoorbeeld ervaringsdeskundigen en andere hulpverleners voor de langdurige begeleiding. En ik zou in overleg met de woningcorporaties huizen vrijmaken. Een lange tijd in de opvang maakt de problemen vaak ernstiger. Eerst een huis geven en daarna pas financiële en andere problemen oplossen, is echt een goede methode.”