Grapperhaus overweegt dna voor opzoeken familie ook te gebruiken voor oude moordzaken

Bij het oplossen van oude moordzaken of het identificeren van onbekende doden, kan de politie in de toekomst misschien ook gebruikmaken van dna uit commerciële dna-databanken.

Nu heeft de politie nog geen toegang tot die commerciële dna-gegevens. De databanken worden gebruik door burgers die verre familie willen opsporen, of hun afkomst willen weten. Maar als die databanken ook voor opsporing gebruikt kunnen worden, opent dat de deur naar veel dna-profielen.

Minister Ferd Grapperhaus schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat het een ‘interessante optie’ is en laat daarom uitzoeken ‘in hoeverre deze nieuwe ontwikkeling kan worden gebruikt in het Nederlandse strafprocesrecht’. Hij denkt daarbij overigens eerst aan het gebruik van het identificeren van de 900 onbekende doden die ons land telt, daarna pas aan toepassing van de 1700 onopgeloste moordzaken (cold cases) die er nog liggen bij de politie.

Bij de commerciële online dna-databanken, ook wel pret-dnabanken genoemd, sturen klanten een wattenstaafje met speeksel in, waarna er wordt gekeken wat de geografische komaf van iemand is. En wordt het vergeleken met andere dna-profielen in de databank. Zo kan verre familie worden opgespoord, maar bijvoorbeeld ook gekeken worden of er risico’s bestaan voor erfelijke ziekten.

Nederlanders

Zeker in de verenigde Staten heeft deze dienst een vlucht genomen. Bedrijven als GEDmatch, 23andMe en FamilyTreeDNA hebben miljoenen klanten. Daaronder bevindt zich ook het gros van de Nederlanders die van zo’n dienst gebruik hebben gemaakt. Om hoeveel Nederlandse profielen het gaat is onbekend, maar GEDmatch heeft al 1,2 miljoen profielen opgemaakt. Ter vergelijking: het Nederlands Forensisch Instituut dat sporen uit misdrijven opslaat, heeft momenteel 300.000 profielen in de databank, voornamelijk van veroordeelden.

Joseph James DeAngelo is mogelijk de beruchte Amerikaanse seriemoordenaar die ook wel de ‘Golden State Killer’ wordt genoemd. Hij liep tegen de lamp via dna in een commerciële databank. © REUTERS

In de VS gebruikte de politie de laatste twee jaar zulke dna-databanken en wist het in zo’n zeventig onopgeloste zaken alsnog een dader te vinden. Meest in het oog springt het onderzoek naar de zogenoemde Golden State Killer. Deze inmiddels 72-jarige verdachte zou over een periode van dertig jaar dertien moorden en vijftig verkrachtingen hebben gepleegd. De politie had wel een dna spoor in die zaak, maar de nu verdachte Joseph DeAngelo kwam niet in de databanken van justitie voor. Via een commercieel bedrijf werd dna van een ver familielid ontdekt dat in zo’n ‘pret-databank’ zat. Zo kon verder worden gerechercheerd en DeAngelo worden gevonden.

Onomstreden is het overigens niet. De commerciële bedrijven toonden zich in een aantal zaken verontwaardigd dat het dna van ‘onschuldige’ familieleden buiten hun weten om werd gebruikt om daders van misdrijven op te sporen. Toch geeft bijvoorbeeld FamilyTreeDNA expliciet wel toestemming aan de FBI en politie om te grasduinen in gegevens.

Grapperhaus wikt en weegt ook over de privacyaspecten. ,,Gebruik van de genealogische DNA-databanken heeft impact op de privacy van veel mensen en daar moet op zorgvuldige wijze mee worden omgegaan,’’ schrijft hij.