Iedereen rookte wiet, van jong tot oud

– Hippies, dan denk je aan peace, love, bloemetjes en blowen. Maar ze baanden ook het pad voor backpackers en massatoerisme. Schrijver Willem Oosterbeek sprak voor zijn boek met ’alternatieven’ die de hippietrail deden. „Een plakje hasj bij de thee.”

Over land reisden ze naar het oosten, al hadden de hippies nog nooit gehoord van vliegschaamte. „Vliegen was gewoon te duur”, verklaart Willem Oosterbeek (68). Komende week verschijnt zijn boek In het voetspoor van de hippies, de journalist beschrijft daarin de legendarische hippietrail naar India en Nepal in de jaren zestig en zeventig.

Ook Oosterbeek had lang haar als twintiger. „Golvend blond, in Italië boden ze lires voor mijn lokken, maar ik knipte ze voor geen goud af.” De student geschiedenis en politicologie wilde zelf ook de hippietrail doen. „Maar ik zat midden in in mijn studie en keerde, braaf als ik was, na Turkije terug.”

De onvoltooide reis liet Willem Oosterbeek nooit los.

De onvoltooide reis liet Willem Oosterbeek nooit los.

Eerste generatie toeristen

Op tijd terug voor een nieuw collegejaar, maar die onafgemaakte reis bleef decennialang door zijn hoofd spoken. En dat werd de reden om de belevenissen van anderen op te tekenen. „De hippies waren de eerste generatie die de wereld rondreisden als toerist, al bestempelden ze zichzelf liever als reiziger. Het was nog lastig om ze op te sporen, maar via via vond ik de een na de ander.”

Oosterbeek schetst de maatschappij van toen. „In die tijd had je twee typen mensen. Burgerlijke, zoals mijn vader en moeder, en alternatieven, langharig werkschuw tuig in de ogen van de toenmalige gevestigde orde. Als je jong was en je droeg een stropdas, kon je niet deugen in de ogen van de bloemenkinderen.”

De hippies hadden de kerkbanken massaal afgezworen. „Maar zonder geloof voelde het toch kaal en leeg. Op zoek naar mystiek en spiritualiteit wilden ze naar Goa en Kathmandu, naar de Bhagwan, de Maharishi Mahesh Yogi, of hoe die goeroes ook allemaal heetten. Beatle George Harrison met zijn liefde voor India achterna. Mijn generatie had het idee dat de wereld veranderd kon worden en dat wij, progressieven, dat konden doen. Er was een hang naar Verlichting – met een hoofdletter, ik heb het niet over de Philips-gloeilampen.”

Niet alleen verheven motieven lagen aan de reis ten grondslag. Willem Oosterbeek lacht. „Vrijheid en avontuur lonkten.”

Oostwaarts dus, naar Nepal en India, in een tijd dat een Spaanse Costa al als exotisch gold. Met de krakkemikkige auto, met de duim, in een opgeschilderd VW-busje, met de nachttrein, de lokale bus, of een goedkoop reisje met de speciale Magic Bus, die in Amsterdam een opstapplaats had.

Tientje per dag

Paul Horsthuis (67) was een 23-jarige student geneeskunde toen hij vertrok. „Met een bijbaantje bij Wagons-Lits had ik 1800 gulden verdiend. Daarvan reserveerde ik er 600 voor de terugvlucht uit New Delhi. Moet je nagaan, een derde van de reissom! Voor drie maanden had ik 1200 gulden, iets meer dan een tientje per dag, voldoende voor visa, vervoer, overnachtingen, eten. En om Afghaanse laarzen te laten maken, die trouwens niet lekker zaten.”

Drie fotorolletjes had Paul Horsthuis bij zich: twee zwart-wit, eentje in kleur. Voldoende voor één fotoalbum.

Drie fotorolletjes had Paul Horsthuis bij zich: twee zwart-wit, eentje in kleur. Voldoende voor één fotoalbum.

De Engelsman Tony Wheeler, later de grondlegger van reisbijbel Lonely Planet, was de eerste die deze trip maakte. Willem Oosterbeek: „Met zijn grote liefde Maureen reisde hij van Londen naar Australië. In het gidsje Asia on the Cheap legde hij adressen van hotels, routes en reistips vast. Oplage van een paar honderd, maar het boekje was snel uitverkocht.”

Zo legde iedereen dezelfde weg af, en ontmoetten ze elkaar, reisden verder en lieten briefjes voor elkaar achter in het volgende hotel. „Internet en mobiele telefoons bestonden nog niet, zelfs vaste telefonie was er niet overal, en dat was bovendien heel prijzig. Poste restante kon je brieven ontvangen op een lokaal postkantoortje. Het was echte vrijheid”, zegt Willem Oosterbeek. „Los van thuis.” Dat beaamt Paul Horsthuis: „Mijn moeder heeft zich vast wel eens zorgen gemaakt. Wel wat anders dan de jongeren die nu naar Australië gaan en elke dag met het ouderlijk nest skypen.”

In Istanbul ging Willem Oosterbeek naar The Pudding Shop, het restaurantje waar alle hippies zich verzamelden. „Op een dag viel de politie binnen en lag de vloer ineens bezaaid met plastic zakjes. Ik, grenzeloos naïef toen, keek er stomverbaasd naar. Ik was meer van de borrel dan van de blow.”

De hippietrail werd voor velen één lange trip, in een mist van wiet- en wierookwolken. „In Afghanistan kreeg je een plak hasj in plaats van een koekje bij de thee. Daar rookte iedereen wiet, van jong tot oud. Niet gek dat veel hippies daar bleven hangen, lurkend aan de hasjpijp.”

Tulbanden

Ook Paul Horsthuis had niks met wiet. „Ik hield er niet van. En als iedereen stoned was, werd het helemaal een bespottelijke sfeer. Onaanspreekbaar werden ze dan. Lang niet iedereen blowde, maar ik geloof wel alle passagiers van de Magic Bus.” Hij ging niet voor de hogere sferen richting Nepal. „Ook niet voor de spiritualiteit. Vreselijk, in India zaten oplichters met tulbanden de goeroe uit te hangen voor geld. Helemaal nep. Nee, ik ging voor de bergen.”

Paul Horsthuis op weg in het Verre Oosten.

Paul Horsthuis op weg in het Verre Oosten.

Jeans aan, één extra shirt mee. „Het was toch warm. In Afghanistan had ik de broek gewassen in water met zoveel kalk dat ik hem rechtop kon zetten. Om het middel een gordeltje met geld en traveller cheques van American Express.”

Van zijn reis heeft hij een fotoalbum. „Ik had twee rolletjes zwart-wit bij me en eentje kleur. Drie filmpjes van 36 foto’s, voor drie maanden. Dat aantal schiet je nu met je telefoon in een half uur.”

Twee dagboeken, priegelige lettertjes in een beduimeld schriftje. Dagelijks het aantal afgelegde kilometers erin en de uitgegeven som in lokale valuta en Nederlandse guldens. „Teruglezend vond ik mezelf soms best wel een zeurpiet. Te veel betaald hier, afgezet daar. Centenwerk.” Glimlach: „En daar was ik dan boos over.”

Paul Horsthuis, toen getooid met lang haar en baard, startte met een vriendin en daar weer een vriend van. „Die derde raakten we onderweg ergens kwijt, dat liep toen zo. Dat ideaalbeeld van hippies klopt niet, ze waren niet zo blij, vrij en leuk. Etterbakken, vond ik. Niet sociaal maar juist heel egoïstisch. Parasieten die niet wilden delen.”

Soep als ontbijt

„Ik ging er graag in mijn eentje op uit, het was geweldig om te kijken hoe het leven elders werd geleefd. Hoe ze in afgelegen gebieden van berg naar berg met elkaar communiceerden met een fluitje. Magisch. Dat ze in Turkije soep als ontbijt aten. Wij gingen op reis met een frisse blik, je kon je amper inlezen, er was geen google, geen reisgids, hooguit een bibliotheekboek over de geschiedenis. Lokale gebruiken en ceremonies kon ik vaak pas achteraf duiden.”

Een van twee de priegelige dagboeken, waarin Paul Horsthuis zijn reis nauwgezet bijhield.

Een van twee de priegelige dagboeken, waarin Paul Horsthuis zijn reis nauwgezet bijhield.

De wereld is veranderd. „In Iran moest ik dagen wachten op visa voor India en Pakistan, net als iedereen logeerde ik in hotel Amir Kabir. Daar in Teheran zag ik voor het eerst gesluierde vrouwen, met een gaasje voor de ogen. Daarvoor had ik zelfs nog niet één hoofddoek gezien.”

Ziek werd hij in Kaboel. „Niet door het eten, ik was in een vervuild zwembad gedoken. Ik liep leeg, de wormen kwamen eruit. Diarreestopper imodium hielp niet. In India kreeg ik van een lokale dokter een drankje en was ik er in één keer vanaf. Misschien heeft dat wel de basis gelegd voor mijn latere praktijk.” Paul Horsthuis is mesoloog en combineert reguliere geneeskunde met alternatieve.

Bus zonder handrem

Op een kaart heeft Horsthuis zijn route aangegeven, een halve cirkel door Afghanistan. „Daar was maar één doorgaande weg, maar wel een goeie.” De stand op de laatste bladzijde van zijn dagboek: 14.380 kilometer. Een wonder dat die tocht zonder brokken verliep. „Neem die lokale bus zonder handrem. Iedere keer als de chauffeur stopte op het bergweggetje, schoot er een jongetje uit om stenen voor de wielen te leggen. Toen zag ik geen gevaar, nu zou ik daar nooit meer instappen.”

Een heksenketel van herrie en drukte in India, weldadige stilte in Nepal. „Op een trekking in Langtang National Park, wist ik dat ik de beschaving achter me had gelaten en echt in het land was, toen ik geen Coca-Cola meer tegenkwam.” Bij thuiskomst in Amsterdam had hij de gevierde status van avonturier en wereldreiziger. „Kilo’s afgevallen en ik deed een hele avond met één pilsje.”

De hippietrail was ten einde toen de Russen Afghanistan binnenvielen en de reis van Europa naar India en Nepal over land onmogelijk maakten. Maar velen stapten in de voetsporen van hippies en zochten verre horizonten.

Mea culpa, zegt Paul Horsthuis. „Twintig jaar later bezocht ik Kathmandu weer en ik wist niet wat ik zag, zo druk. Ik voel me best schuldig dat wij het massatoerisme op de kaart hebben gezet. De wereld is meer en meer eenheidsworst geworden, oude culturen zijn verloren gegaan. McDonald’s is overal. Aan de andere kant was deze ontwikkeling waarschijnlijk toch niet tegen te houden.”